**2.1..** Definities
Paardenbak: een door middel van een afscheiding (hekwerk, haag of opsluitbanden) afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony’s en/of het anderszins beoefenen van de paardensport met of zonder de daarbij behorende voorzieningen.
Stapmolen: ruimte in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast.
Longeercirkel: ruimte in de vorm van een cirkel, waarin aan een paard onder begeleiding een specifieke training gegeven kan worden.
Paddock: een door middel van een afscheiding (hekwerk, haag of opsluitbanden) afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond (bv. Zand) dan gras waar een of meerdere paarden ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen.
Voorgevelrooilijn: langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend bij de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft. (Zie de groene stippellijn bij afbeelding 1)
afbeelding 1
Schuilstal : een bouwwerk dat aan ten minste één zijde geheel open is (geen wand of af te sluiten wand) en uitsluitend dient c.q. wordt gebruikt voor het laten schuilen van paarden en pony’s.
Erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden.
**2.2..** Randvoorwaarden
Randvoorwaarden
toelichting/opmerking
Algemeen
-Het hoofdgebouw op het woonperceel is een(bedrijfs) woning.
-De paardenvoorzieningen bevinden zich achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw/woning of het verlengde daarvan.
-Het beweiden van paarden op gronden met een agrarische bestemming is toegestaan.
-Paddocks in het achtererfgebied zijn toegestaan.
Mest
-De afstand van een mestopslag tot woningen van derden bedraagt tenminste 30 meter;
-De mest wordt opgeslagen in luchtdichte containers, indien de afstand tot woningen van derden minder dan 30 meter bedraagt.
-bij een mestopslag >10 m3 is de Wet milieubeheer van toepassing.
-bij een mestopslag zijn altijd bodem beschermende voorzieningen vereist op grond van de Wet Bodembescherming
Paardenbakken
-Maximaal één paardenbak per bijbehorend bouwblok/(woon)erf.
-De paardenbak is gesitueerd:
1.Binnen het bouwblok/(woon)erf;
2.Indien situering binnen het bouwblok/(woon)erf niet mogelijk is, kan de paardenbak op gronden met een agrarische bestemming worden gesitueerd, mits:
-die gronden direct grenzen aan het eigen bouwblok/(woon)erf;
-De paardenbak moet achter de voorgevelrooilijn gesitueerd te worden, tenzij plaatsing van de paardenbak niet anders gesitueerd kan worden.
-De paardenbak dient met gebiedseigen gesloten beplanting (heggen, houtwallen, aardenwal) te worden omsloten.
-De paardenbak mag voorzien zijn van niet-hinderlijke en geen overlast gevende lichtmasten van maximaal 8 meter hoog, die alleen op de paardenbak zijn gericht.
-De paardenbak bedraagt maximaal 20 x 60 meter
-De paardenbak ligt op minimaal 30 meter vanaf de naastgelegen woningen van derden, met de mogelijkheid om onder voorwaarden deze afstand te verkleinen.
-De omheining van een paardenbak is maximaal 1.70 meter hoog.
-Paardenbakken zijn niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden.
-De provinciale milieuverordening mag zich niet verzetten tegen de aanleg van een paardenbak.
-Voor het realiseren van een paardenbak is een omgevingsvergunning nodig.
-er wordt geen medewerking verleend aan het realiseren of legaliseren van solitaire paardenbakken die op een kavel/perceel zijn gesitueerd, die niet aan het eigen woonperceel grenzen.
-Het heeft de voorkeur dat de paardenbak op gronden met een aan wonen gerelateerde functie wordt gerealiseerd. In het agrarische gebied wordt onder voorwaarden de ruimte geboden op gronden met een agrarische bestemming aansluiting op het –kleine- woonperceel een paardenbak te realiseren.
-de beplanting is bedoeld als beperking van hinder en deels om reden van landschappelijke inpassing
-20 x 60 meter zijn de afmetingen van een wedstrijd paardenbak.
-Er kan van de minimale afstand van 30 meter worden afgeweken indien het niet mogelijk is om deze afstand aan te houden en het bijvoorbeeld gaat om het houden van een gering aantal dieren. Voor het toestaan van een kortere afstand zullen wel extra maatregelen (maatwerk) getroffen moeten worden om de overlast te minimaliseren.
Om te voorkomen dat de paarden uit de paardenbak springen dient het hekwerk voldoende hoog te zijn. 1.70 meter is voldoende hoog.
Longeercirkels/stapmolens/paddocks
-Maximaal één longeercirkel en één stapmolen per bouwblok/(woon)erf.
-Maximale diameter 15 meter. De omheining is maximaal 1.70 meter hoog.
-De cirkel en molen dienen met gebiedseigen gesloten beplanting (heggen, houtwallen, aardenwal) te worden omsloten.
-De longeercirkels/stapmolens liggen op minimaal 30 meter vanaf de naastgelegen woningen van derden, met mogelijkheid om onder voorwaarden deze afstand te verkleinen
-Indien situering binnen het bouwblok/ (woon)erf niet mogelijk is, kan longeercirkel, stapmolen en paddocks op gronden met een agrarische bestemming worden gesitueerd. Paddocks op agrarische grond mogen maximaal 400 m2 bedragen
-Voor het realiseren van longeercirkels en stapmolens is een omgevingsvergunning nodig.
-De standaardafmetingen van een stapmolen bedragen Ø12 of Ø15 meter.
Schuilstallen
-Schuilstallen op gronden met een agrarische bestemming zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
-de oppervlakte van een schuilstal mag niet meer dan 30 m2 bedragen.
-De goot- en bouwhoogte mogen niet meer dan respectievelijk 2.30 en 3 meter bedragen
-het bouwen van een schuilstal is uitsluitend toegestaan wanneer dit noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn.
-bij de landschappelijke inpassing moet aansluiting worden gezocht bij bestaande opstanden aan de rand van een agrarisch perceel.
-naast de schuilstal mogen er ter plaatse geen andere bouwwerken worden gerealiseerd.
-schuilstallen zijn niet toegestaan in Natura 2000-gebieden en EHS-gebieden.
-De provinciale milieuverordening mag zich niet verzetten tegen de aanleg van een schuilstal
Voor het realiseren van een schuilstal is een omgevingsvergunning nodig.