Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Categorieën

Onderdeel van Beleidsregels Bibob voor omgevingsvergunningen gemeente Moerdijk 2010

Gemeenten zijn niet verplicht gebruik te maken van de wet Bibob. In regionaal verband zijn echter afspraken gemaakt over de toepassing van de wet Bibob. Hierbij is afgesproken dat de deelnemende gemeenten op een soortgelijke wijze invulling geven aan de toepassing van de wet Bibob. Dit om te voorkomen dat bepaalde niet-wenselijke activiteiten zich van de ene naar de andere gemeente in de regio verplaatsen. In het kader hiervan is er ook voor gekozen om de toepassing van de wet Bibob gefaseerd in te voeren. Niet alle bestuurlijke besluiten vallen binnen het bereik van de wet Bibob. Onder het bereik van de wet zijn alleen gebracht: 1) vergunningen, 2) subsidies, 3) aan te besteden overheidsopdrachten. Verder geldt dat slechts een beperkt aantal sectoren of branches binnen het toepassingsbereik van de wet gebracht zijn. Deze sectoren en branches zijn genoemd in de wet of in het bij de wet behorend besluit Bibob. Vergunningen Waar het gaat om uitvoering van rijksregelgeving vallen vergunningen in het kader van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) de Drank-en Horecawet en de Wet op de kansspelen onder de wet Bibob. In het besluit Bibob worden lokale vergunningen als de exploitatievergunning voor horeca (droge en natte horeca), de vergunningen voor prostitutiebedrijven, seksinrichtingen en speelautomatenhallen onder de werking van de wet gebracht. Subsidies Voor de subsidies geldt dat in de regeling zelf moet zijn opgenomen dat op de aanvraag of intrekking de wet Bibob van toepassing is. De wet Bibob geeft hiervoor geen limitatieve opsomming. 3) Overheidsopdrachten De branches waarbinnen overheidsopdrachten kunnen worden geweigerd op grond van de wet zijn beperkt tot de ICT-, de bouw- en de milieubranche. Bij de aanbestedingsprocedures wordt aangesloten bij de Europese richtlijnen en kan met behulp van het bibob-instrumentarium nadere invulling worden gegeven aan de daarin vermelde weigeringsgronden. Aangezien het een nieuw instrument betreft waar nog de nodige ervaring mee moet worden opgedaan, wordt de wet Bibob vooralsnog niet in de volle breedte toegepast. Dit is nader uitgewerkt in de artikelen 3, 4 en 5 van de beleidsregels. Omgevingsvergunning voor het oprichten, veranderen, veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting (activiteit milieu). De wet Bibob is onder andere van toepassing verklaard op omgevingsvergunningen voorzover het de activiteit het oprichten, veranderen, veranderen van de werking of het in werking hebben van een inrichting betreft als bedoeld in artikel artikel 2.1. onder de Wabo betreft. De vergunningplicht geldt niet voor inrichtingen die bij AmvB krachtens artikel 2.1. lid 3 Wabo zijn aangewezen; hiervoor geldt een meldingsplicht op grond van artikel 8.41 Wet Milieubeheer. De wet Bibob is dan ook niet van toepassing op deze zogenaamde meldingsplichtige inrichtingen. Op gemeentelijk niveau is er derhalve maar een beperkt toepassingsbereik van de wet Bibob. Het bibob-instrumentarium moet gezien worden als aanvullend middel. Wanneer gebleken is dat de bestaande weigering- en intrekkingsgronden van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO) niet toereikend zijn en daardoor het eventuele misbruik van de vergunning niet kan worden voorkomen, zal toepassing van de wet Bibob de logische volgende stap zijn. Tot op heden zijn de enige gronden om een omgevingsvergunning (gericht op de activiteit milieu) te weigeren of in te trekken gebaseerd op het belang van de bescherming van het milieu. Daarbij komt dat de omgevingsvergunning in principe inrichtingsgebonden is en niet ziet op de integriteit van de aanvrager. In die zin zal de introductie van de wet Bibob als extra instrument om een omgevingsvergunning te weigeren of in te trekken een nieuw aspect zijn binnen de vergunningverlening in de milieubranche. De afgelopen jaren is in ruime mate onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van criminaliteit binnen de milieubranche. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het werkveld milieu wel degelijk gevoelig is voor criminele handelingen. Binnen dit werkveld is met name een deel van de afvalbranche gevoelig gebleken voor criminaliteit. De redenen hiervoor zijn onder andere: de branche is moeilijk controleerbaar door productdiversificatie en complexiteit; de grote tendens tot monopolies en aaneensluiting van bedrijven waardoor de overheid buiten spel kan worden gezet en de overheidscontrole op illegale activiteiten kan worden verhinderd; door het opleggen van aangescherpte milieunormen stijgen de kosten. Hoe hoger de kosten des te aantrekkelijker is de illegale stort of verwerking; door de hoge mate van regeldichtheid en complexiteit van de milieuwetgeving bestaan er veel mazen in de wet. Deze worden door malafide bedrijven uitgebuit; het behalen van hoge winstmarges door illegale verwerking of bewerking; de discrepanties op wetgevingsgebied, handhavingsambitie en handhavingscapaciteit, waarvan malafide bedrijven gebruik maken. Om voornoemde redenen zal de inzet van het bibob-instrumentarium vooralsnog in ieder geval worden ingezet binnen de afvalbranche. b.Omgevingsvergunning, activiteit het bouwen van een bouwwerk Door het inwerking reden van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn de artikel 44a Woningwet en 8.10 Wet milieubeheer komen te vervallen. Deze artikelen zijn ondergebracht in artikel 2.20 Wabo. In dit artikel is de mogelijkheid gegeven om indien er geen sprake is van een weigeringsgrond op grond van artikel 2.10 respectievelijk 2.14 van de Wabo, de aanvraag om omgevingsvergunning met betrekking tot een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder a en e, te weigeren onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Daarnaast zijn de weigeringsgronden uit artikel 3 van de Wet Bibob ook van toepassing op de intrekking van een omgevingsvergunning (artikel 5.19 Wabo) Ook kan bij de overdracht van de omgevingsvergunning onderzoek worden gedaan naar degene aan wie de vergunning is overgedragen. Met de inwerkingtreding van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht valt de omgevings-vergunning onder de werking van de wet Bibob. Op grond van artikel 3 van de wet Bibob kan een bestuursorgaan weigeren een aangevraagde omgevingsvergunning te verlenen dan wel een verleende omgevingsvergunning intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de omgevingsvergunning mede zal worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (lid 1 onder a) of strafbare feiten te plegen (lid 1 onder b). Deze strafbare feiten hoeven niet perse in verband te staan met de effectuering van de omgevingsvergunning. Het gaat ook om strafbare feiten die gepleegd kunnen worden, omdat er middels de effectuering van de vergunning een bepaalde situatie in het leven wordt geroepen. Een voorbeeld van een rechtstreeks verband met de effectuering van de bouwvergunning betreft het financieren van een bouwwerk met uit misdrijf verkregen geld als ook het op grote schaal realiseren van een bouwwerk met arbeiders, al of niet vanuit onderaannemers, waarover geen afdracht sociale premies plaatsvindt (zwartwerkers). Een voorbeeld van een niet-rechtstreeks verband is de bouw van een bouwwerk, dat in hoofdzaak dient voor het daarbinnen laten plaatsvinden van strafbare handelingen zoals illegale kansspelen en/of prostitutie. De omgevingsvergunning kan tevens geweigerd worden of ingetrokken worden, indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van aangevraagde dan wel verleende omgevingsvergunning een strafbaar feit is gepleegd (lid 6). Voor het onderzoek naar de mate van risico zoals aangeduid in de vorige alinea, kan het bestuursorgaan in eerste aanleg een onderzoek uitvoeren in de haar ter beschikking staande openbare bronnen. Als dit niet tot voldoende zekerheid leidt, kan zij bij dit onderzoek de informatie betrekken, die aan haar door de vergunningaanvrager in het aanvullende (bibob)vragenformulier is aangereikt. Indien de betrokkene weigert de gegevens te verstrekken, kan op grond van artikel 4:5 Awb de aanvraag buiten behandeling worden gesteld. Op grond van artikel 4 wet Bibob wordt, indien een beslissing genomen wordt over intrekking, de weigering het formulier in te vullen aangemerkt als ernstig gevaar. Het risico dat een omgevingsvergunning zal worden gehanteerd voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten of het plegen van strafbare feiten zoals hiervoor aangeduid, zal zeker niet in alle gevallen aanwezig zijn. Om die reden zal de toetsing van de vergunningaanvraag op de mate van risico als bedoeld in artikel 3 wet Bibob slechts in een beperkt aantal gevallen plaatsvinden, zoals uitgewerkt in de artikel 3, 4 en 5 van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel