Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.20

Overdracht, overgang en ondererfpacht

Onderdeel van Algemene voorwaarden voor de uitgifte in erfpacht van grond in de gemeente Terneuzen

a.. De erfpachter is verplicht in geval van gehele of gedeeltelijke overdracht van het erfpachtrecht, de vestiging van ondererfpacht of een beperkt recht waardoor het gebruik van de onroerende zaak door anderen wordt verkregen, in de daartoe op te maken akte van vestiging de bepalingen, waaronder het recht is verleend, op te nemen of daarnaar te verwijzen. b.. De erfpachter is tevens verplicht voor de overdracht of de vestiging van een recht als bedoeld in lid a schriftelijk toestemming te vragen aan burgemeester en wethouders. Deze toestemming bestaat ook voor de inbreng in een (andere) vennootschap van het erfpachtrecht en voor de scheiding tussen gezamenlijke rechthebbenden op het recht. c.. De nieuwe erfpachter, ondererfpachter of verkrijger van een gebruiksrecht als bedoeld in lid a is verplicht om binnen een maand na ontvangst van een daartoe strekkend verzoek, op zijn kosten aan burgemeester en wethouders een afschrift van de akte over te leggen. d.. In geval van vervreemding van het erfpachtrecht blijft de oude erfpachter naast de nieuwe erfpachter voor de eventuele niet betaalde, reeds vervallen erfpachttermijnen over de aan de overdracht voorafgaande 5 jaar hoofdelijk aansprakelijk.

Rechtspraak bij dit artikel