Lid 2
Er wordt een waarschuwing gegeven als daar aanleiding voor is. De hoofdregel is dus dat de uitkering wordt verlaagd, maar er kan een waarschuwing worden gegeven.
Eerste categorie
2. In de Verordening tegenprestatie 2015 is opgenomen dat de handhaving op het niet nakomen van de tegenprestatie niet zwaar wordt ingezet. Het uitgangspunt bij het opleggen van de tegenprestatie is eigen keuze en motivatie. Slechts zelden zal de tegenprestatie als middel ingezet worden om een actievere houding af te dwingen. Het niet nakomen is met oog hierop opgenomen in de 1e categorie. Na herhaald weigeren is er sprake van recidive en wordt het percentage verdubbeld.
Tweede categorie
1. Het meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het plan van aanpak is een verplichting die in de wet is opgenomen. Tot 01-01-2015 alleen voor jongeren en vanaf die datum voor iedereen. Het plan van aanpak maakt onderdeel uit van de beslissing waarmee de arbeidsverplichting wordt opgelegd en waarin staat dat die moeten worden nagekomen.
2.Voorbeelden van verplichtingen die op grond van artikel 55 van de P-wet opgelegd kunnen worden zijn: meewerken aan schuldhulpverlening, het zoeken naar medische hulp, het zich onder behandeling stellen bij een arts of hulpverlenende organisatie.
Derde categorie
1.De verplichtingen van artikel 9 van de P-wet gelden vanaf datum melding. Verwijtbare gedragingen van vóór datum melding vallen niet onder de arbeidsverplichtingen, maar onder het begrip ‘te kort schietende besef van verantwoordelijkheid’. Als deze gedragingen niet in de verordening staan, kan er niet op worden gehandhaafd. Het gaat om verwijtbare werkloosheid, met als gevolg dat er een beroep gedaan moet worden op een uitkering op grond van de P-wet en om gedragingen waardoor het recht op een voorliggende voorziening wordt afgewezen of niet te gelde gemaakt kan worden. Hiervan is ook sprake als er een beroep op de P-wet wordt gedaan in verband met het feit dat de uitkering waarop recht bestaat volledig verrekend wordt met een recidiveboete.
2.De grondslag voor deze bepaling is ontleend aan artikel 8 lid 1 sub d en artikel 9a lid 3, lid 5 sub d en lid 12 van de P-wet. In het lid 12 van artikel 8 staat dat de uitkering verlaagd wordt als de ontheffing van de arbeidsverplichting is ingetrokken, omdat de alleenstaande ouder de re-integratieverplichting niet na wil komen. Het niet willen, moet ondubbelzinnig en duidelijk blijken uit het gedrag van de alleenstaande ouder. Dat is zowel het geval bij het behandelen van het verzoek om ontheffing (lid 3) als de situatie dat de ontheffing is ingetrokken omdat de alleenstaande ouder niet meewerkt. Niet meewerken aan een re-integratieverplichting is voor andere categorieën belanghebbenden een geüniformeerde verplichting waarvoor de uitkering van 1 tot 3 maanden wordt verlaagd. Op grond daarvan is indeling in de 3e categorie van de niet geüniformeerde verplichtingen redelijk.
Hoofdstuk
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Hollands Kroon 2017