Algemeen
Het verlagen van de uitkering voor het ernstig misdragen is – bij uitstek – maatwerk. Meer nog dan bij andere verlagingen is het van belang de effectiviteit in het oog te houden. Er zijn situaties dat het aanbeveling verdient om de uitkering juist niet te verlagen maar het agressieprotocol toe te passen. In alle gevallen is het van belang dat er een gesprek gehouden wordt met belanghebbende waarin hij geconfronteerd wordt met het onwenselijk effect van zijn gedrag. Dit gesprek zal en kan niet alleen door de betreffende medewerker gedaan kunnen worden maar zal gedaan moeten worden door een leidinggevende, al dan niet in aanwezigheid van de medewerker.
Per situatie zal naar de best passende vorm gezocht moeten worden.
De standaardverlaging is op drie maanden gesteld. Hiermee is uiting gegeven aan de gedachte dat ernstig misdragen een zeer serieuze zaak is. Bij lichtere vormen van misdragen – bijvoorbeeld verbaal geweld – kan naar beneden toe worden afgeweken van de standaard verlaging.
Lid 1
Onder de term 'zeer ernstige misdraging' dient in elk geval te worden verstaan: elke vorm van ongewenst en agressief fysiek contact met een persoon of het ondernemen van pogingen daartoe. Hieronder valt bijvoorbeeld schoppen, slaan of het (dreigen met) gooien van voorwerpen naar een persoon. Ook het toebrengen van schade aan een gebouw of inventaris, evenals het ondernemen van pogingen daartoe in enige vorm wordt als een zeer ernstige misdraging gezien. Handelingen die door hun grote en mogelijk blijvende impact op de desbetreffende persoon of personen grote invloed hebben zoals het opzetten van gerichte lastercampagnes, seksuele intimidatie, het tonen van steek en/of vuurwapens evenals (pogingen tot) opsluiting in een ruimte zijn eveneens als zeer ernstige misdraging te beschouwen. Ook verbaal en op schrift gesteld geweld valt onder de noemer 'zeer ernstige misdraging'. “Op schrift gesteld geweld” is misschien een wat vreemde uitdrukking, maar daarmee worden alle vormen waarin bedreigingen geschreven kunnen worden, bedoeld. Op papier, per mail, Facebook, Twitter etc.
Het gaat dus om alle vormen van zeer ernstige misdragingen tegenover de met de uitvoering van de P-wet belaste personen en instanties (college, SVB en re-integratiebedrijven) tijdens het verrichten van hun werkzaamheden. Met de zinsnede 'tijdens het verrichten van de werkzaamheden' wordt aangegeven dat de misdraging dient plaats te vinden in het kader van de uitvoering van de P-wet. Dat is anders als betrokkenen elkaar buiten werktijd tegen komen: dan is alleen het strafrecht van toepassing.
Met ingang van 1 januari 2015 is de verplichting om zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen een zelfstandige verplichting die is opgenomen in artikel 9 lid 6 Van de P-wet en de Ioaw en Ioaz. Deze verplichting staat dus op zichzelf. Vóór 1 januari 2015 was dit een onzelfstandige verplichting. Om een belanghebbende te sanctioneren wegens zeer ernstige misdragingen, moest sprake zijn van een samenhang tussen de zeer ernstige misdragingen met het opleggen of niet nakomen van een of meer verplichtingen die voortvloeien uit de toenmalige WWB. Nu is de samenhang niet meer nodig.
Van het misdragen kan tegelijk – met het verlagen van de uitkering – aangifte gedaan worden bij de politie.
Hoofdstuk
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz Gemeente Hollands Kroon 2017