Aan het college van de gemeente Assen wordt mandaat verleend voor de
volgende bevoegdheden:
a. Het uitvoeren van het onderzoek en verzamelen en verwerken van
informatie als bedoeld in artikel 2.3.2 van de wet;
b. Het vaststellen van de identiteit in het kader van het onderzoek als
bedoeld in artikel 2.3.4 van de wet;
c. Het beslissen tot verstrekken van een tijdelijke maatwerkvoorziening
in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;
d. Het beslissen op de aanvraag tot beschermd wonen of begeleiding
maatschappelijke opvang van een ingezetene als bedoeld in artikel 2.3.5
van de wet;
e. Het beslissen op de aanvraag van een cliënt die in aanmerking komt
voor beschermd wonen of begeleiding maatschappelijke opvang om een
persoonsgebonden budget te verstrekken als bedoelci in artikel 2.3.6 van
de wet;
f. Het uitvoeren van periodiek onderzoek en het herzien of intrekken van
een besluit als bedoeld in artikelen 2.3.9 en 2.3.10 van de wet;
g. Het geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de geldswaarde van een
ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget als
bedoeld in artikel 2.4.1 van de wet;
h. Het verwerken en verstrekken van persoonsgegevens als bedoeld in
artikelen 5.1.1 en 5.2.1 van de wet;
i. Het besluiten tot het voeren van bestuursrechtelijke procedures en
alle bijbehorende administratieve handelingen ter voorbereiding daarop,
voor zover betrekking hebbend op beschermd wonen en begeleiding
maatschappelijke opvang;
j. Het behandelen van en adviseren over bezwaarschriften tegen besluiten
over beschermd wonen en begeleiding maatschappelijke opvang volgens de
Verordening Algemene Commissie bezwaarschriften van de gemeente
Assen;
k. Het behandelen van klachten volgens hoofdstuk 9 van de Awb, voor
zover
betrekking hebbend op gedragingen van personen bij hun taakuitoefening
in het kader van beschermd wonen en begeleiding maatschappelijke opvang
en die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college van de
gemeente Assen;
l. Het aanwijzen van personen die belast zijn met het houden van
toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet als
bedoeld in artikel 6.1 daarvan.