Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IX

Artikel 24

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenparken A7 c.a. 2009

1. Het Dagelijks Bestuur stelt jaarlijks een ontwerp-begroting op, alsmede een meerjarenraming voor een aansluitend tijdvak van ten minste vier jaren. 1. Zowel de ontwerp-begroting als de meerjarenraming worden vóór 1 juni aan de raden toegezonden. De ramingen in de ontwerp-begroting en de meerjarenraming worden toegelicht. 2. De ontwerp-begroting wordt door de zorg van de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 191 en 192 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3. De raden kunnen binnen twee maanden na toezending van de ontwerp-begroting het Dagelijks Bestuur van hun gevoelen doen blijken. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden. 4. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast vóór 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 5. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting aan de raden. Deze kunnen van hun gevoelen doen blijken bij het Algemeen Bestuur. 6. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting terstond na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten. Van de beslissing van Gedeputeerde Staten doet het Dagelijks Bestuur mededeling aan het Algemeen Bestuur en de raden. 7. In de begroting wordt voor elk der deelnemers voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft de verschuldigde bijdrage aangegeven. 8. De betaling van de bijdragen, of voorschotten daarop, vindt plaats op de wijze en op het tijdstip door het Algemeen Bestuur te bepalen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel