De duur van de vakantie van de ambtenaar met een volledige
betrekking bedraagt ten minste 158,4 uur per
kalenderjaar.
Voor 1 november (tenzij lokaal anders is geregeld) kan de
ambtenaar verzoeken in het
daaropvolgende kalenderjaar de arbeidsduur per jaar te mogen
overschrijden met - bij een volledige betrekking - een maximum van
50,4 uren en deze uren om te zetten in vakantie als bedoeld in het
eerste lid. Voor de ambtenaar die is aangesteld voor een arbeidsduur
van minder dan 36 uur per week geldt een naar evenredigheid lager
aantal uren als maximum.
3.Het college wijst een verzoek als bedoeld in het vorige lid toe,
tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen
verzetten.