**1..** De ambtenaar op wie paragraaf 2 van hoofdstuk 9b van toepassing
is, heeft recht op een levensloopbijdrage van de gemeente.
**2..** De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor
wiens functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 55, 56, 57,
58 of 59 jaar zodanig, dat de ambtenaar bij het bereiken van de
datum van ingang van het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in
artikel 9b:11, eerste lid, een tegoed heeft overeenkomend met
210% van zijn bezoldiging als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij
is het tegoed de som van het levenslooptegoed en het netto
spaarverzekeringstegoed.
**3..** De hoogte van de levensloopbijdrage is voor de ambtenaar voor
wiens functie een leeftijdsgrens was vastgesteld van 60 jaar
zodanig, dat hij bij het bereiken van de datum van ingang van
het onbezoldigd volledig verlof, bedoeld in artikel 9b:11,
tweede lid, een tegoed heeft overeenkomend met 140% van zijn
bezoldiging als bedoeld in artikel 9b:2. Hierbij is het tegoed
de som van het levenslooptegoed en het netto
spaarverzekeringstegoed.
**4..** Voorwaarde voor de in het tweede en derde lid genoemde garantie
van 210% respectievelijk 140% is dat de ambtenaar het LOGA-pad
volgt.
**5..** De levensloopbijdrage behoort niet tot het pensioengevend
inkomen, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, sub g van het
pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP.
**6..** De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld
in artikel 3:1.
**7..** De levensloopbijdrage behoort niet tot de bezoldiging, bedoeld
in artikel 9b:2.