Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Voorlopige aanslag/kennisgeving voorlopig gevorderd bedrag

Onderdeel van Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Lisse

1.. De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag of een kennisgeving voorlopig gevorderd bedrag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld of het bedrag dat vermoedelijk gevorderd zal worden, na verrekening van voorheffing en reeds opgelegde voorlopige aanslagen of voorlopig gevorderde bedragen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. 2.. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan voor de precariobelasting geschieden op grond van berekening overeenkomstig het bepaalde in de Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting en de daarbij behorende tarieventabel, waarbij de Heffingsambtenaar de periode gedurende welke de voorwerpen zich op, onder of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevinden, op basis van ervaring inschat. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag; 3.. De bepaling van het voorlopig gevorderde bedrag dat wordt vastgesteld voor het in behandeling nemen van een principeverzoek als bedoeld in Titel 2, hoofdstuk 2 van de tarieventabel behorende bij de Verordening op de heffing en invordering van leges (hierna: de tarieventabel) of een aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in Titel 2, hoofdstuk 3, onderdelen 2.3.1 en 2.3.2 en subonderdeel 2.3.3.3 van de tarieventabel, kan voor de leges geschieden op grond van een raming van de aanlegkosten als bedoeld in subonderdeel 2.1.1.1 van de tarieventabel dan wel een raming van de bouwkosten als bedoeld in subonderdeel 2.1.1.2 van de tarieventabel. Op de raming van de bouwkosten zijn de ‘Uitvoeringsregels berekening bouwkosten voor de legesheffing Lisse’ van toepassing. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de voorlopige vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt het voorlopige gevorderde bedrag gesteld op dit lagere bedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel