Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5.

Gesprek

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Medemblik 2017

1.. Het college onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en zijn ouders zo spoedig mogelijk en voor zover nodig: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt; de mogelijkheden om op eigen kracht en/of met gebruikelijke hulp en/of hulp uit het sociale netwerk te voorzien in de behoefte; de behoefte aan ondersteuning van de ouder(s); de mogelijkheid om gebruik te maken van algemene voorzieningen; de veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouders het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; 2.. Als de cliënt een familiegroepsplan heeft overhandigd, zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 van deze nadere regels, betrekt het college dit plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.. Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt de jeugdige en/of zijn ouders toestemming om de verstrekte persoonsgegevens te verwerken. 4.. Het college vraagt de jeugdige om zijn/haar mening over de hulpvraag en de mogelijk in te zetten hulp. 1 Dit is vastgelegd in artikel 3 en 12 van het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind 5.. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek. 6.. Binnen 6 weken na de melding verstrekt het college aan de jeugdige en/of ouder(s) een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. 7.. Het verslag bestaat uit een omschrijving van de ondersteuningsbehoefte en beschrijft tevens de resultaten die met hulp en ondersteuning bereikt dienen te worden en binnen welke termijn dit moet worden behaald. Ook wordt in dit verslag opgenomen wanneer de te behalen resultaten worden geëvalueerd. 8.. De jeugdige en/of ouder(s) tekent het verslag voor gezien of akkoord en zorgt ervoor dat een getekend exemplaar wordt geretourneerd aan de deskundige waarmee hij het gesprek heeft gevoerd. 9.. Als de jeugdige en/of ouder(s) tekent voor gezien, kan hij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom hij eventueel niet akkoord is. 10.. Een ondertekend gespreksverslag kan aangemerkt worden als aanvraag voor een individuele voorziening. 11.. De jeugdige en/of ouder(s) heeft de mogelijkheid om indien hij niet akkoord is met het gespreksverslag alsnog een aanvraag in te dienen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel