Naar hoofdinhoud

Afdeling 4:

Artikel 2:10

Het plaatsen van voorwerpen op een openbare plaats

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010 (2) gemeente Wierden

1.. Het is verboden zonder vergunning een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de functie daarvan, als: a.. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatige en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b.. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 2.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a.. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b.. terrassen als bedoeld in artikel 2:28a; c.. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:15. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. 4.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor winkeluitstallingen en handelsreclame, als aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.. het beoogde gebruik brengt geen schade toe aan de openbare plaats, levert geen gevaar op voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatige en veilig gebruik daarvan en vormt geen belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b.. het beoogde gebruik voldoet hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving aan redelijke eisen van welstand. 5.. Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor objecten, als aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan: a.. het beoogde gebruik brengt geen schade toe aan de openbare plaats, levert geen gevaar op voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatige en veilig gebruik daarvan en vormt geen belemmering voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b.. het beoogde gebruik voldoet hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving aan redelijke eisen van welstand; c.. de ingenomen oppervlakte bedraagt niet meer dan vijftien vierkante meter; d.. het object wordt voor een periode van maximaal 1maand geplaatst; e.. tenminste 2 weken van tevoren wordt melding gedaan bij burgemeester en wethouders met vermelding van de locatie en de periode. 6.. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Afdeling 5: Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; door het college in de overige gevallen 4.Het verbod geldt voorts niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, het Provinciaal wegenreglement, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1.Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg: a.indien degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie; b.indien het college het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg: indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht; indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; indien het openhaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door ren andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. De uitweg kan worden aangelegd indien het college niet binnen vier weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement. Afdeling 6: Veiligheid op de weg

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel