**1..** Het college kan nadere regels stellen in het kader van de orde, de veiligheid, de bescherming van het milieu, de kwaliteit van de dienstverlening in of in de omgeving van de haven of ter voorkoming van gevaar, schade of hinder, over:
de gegevens die aan de havenmeester moeten worden gemeld voordat met een schip een haven wordt aangedaan, voordat ligplaats wordt ingenomen of voordat bepaalde activiteiten worden ondernomen;
de wijze waarop de melding, bedoeld onder a, dient plaats te vinden;
de voorwaarden waaronder schepen zich in een door het college aangewezen gebied mogen bevinden, welke betrekking kunnen hebben op daar te ondernemen activiteiten en op eisen waaraan schepen of bemanning moeten voldoen om deze activiteiten te mogen ondernemen;
de wijze van afmeren van schepen en het innemen van een ligplaats.
**2..** Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop aanvragen om vergunningen of ontheffingen worden behandeld.
Artikel 1.11 Bediening bruggen
1.Het college kan nadere regels stellen over de bediening en bedieningstijden van de brug over het Dok.
§ 2 Orde in en gebruik van de haven
Artikel 2.1 Verkeerstekens
Het college kan in de haven verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en deze voorzien van nadere aanduidingen.
Het is verboden te handelen in strijd met verkeerstekens of de daarbij behorende nadere aanduidingen.
Het college kan van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 2.2 Ligplaatsenoverzicht
Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk geval bevat een kaart van de haven met daarop aangegeven:
de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen
de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor ligplaatsvergunninghouders;
indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen.
Artikel 2.3 Verbod nemen ligplaats
1.Het is verboden zonder ligplaatsvergunning van het college met een schip ligplaats te doen nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die is bestemd voor ligplaatsvergunninghouders.
Er wordt door het college geen vergunning verleend indien in strijd met het ligplaatsenoverzicht in artikel 2.2.
Het is onverminderd het eerste lid verboden met een schip ligplaats te doen nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die:
daartoe niet is bestemd, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met de geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en met instemming van de eigenaar, huurder of erfpachter van het water en van het aan de plaats gelegen terrein; of
is bestemd voor schepen van een andere categorie.
Het college verleent geen ligplaatsvergunning voor zeeschepen met een bruto tonnage van meer dan 500 GT.
Het college kan van de in het eerste lid en het tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
Artikel 2.4 Duur verblijf in haven
Het is verboden met een schip langer dan 100 dagen achtereen te verblijven in de haven.
Als een schip terugkeert in de haven zonder dat er sprake is geweest van bedrijfsmatig vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Binnenvaartwet, wordt de looptijd dan wel overschrijding van de periode, bedoeld in het eerste lid, geacht niet te zijn onderbroken dan wel beëindigd.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod vrijstelling of ontheffing verlenen.
Artikel 2.5 Verbod opvijzelen boor- of werkeiland
Het is verboden een boorinstallatie, werkeiland of soortgelijk object op te vijzelen.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 2.6 Voorzieningen en voorwerpen
Het is eenieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 2.7 Verhalen van schepen
Het college kan een exploitant, kapitein of schipper schriftelijk opdragen een schip te verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats, als dit in het kader van de bescherming van de orde, de veiligheid of het milieu in, of in de omgeving van, de haven noodzakelijk is.
Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verhalen, kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant verhalen of doen verhalen.
In spoedeisende gevallen of als de exploitant onbekend is, kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant direct verhalen of doen verhalen.
Artikel 2.8 Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven
Het is verboden voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven te gebruiken als het schip:
aan de grond zit;
gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; of
ter hoogte van de kade of oever wordt gaande gehouden of tegen de kade of oever wordt gedrukt, anders dan noodzakelijk voor het ontmeren of afmeren.
Tijdens het gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven is een persoon die bekend is met de bediening van het schip in de stuurhut aanwezig.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als het een aan een ander schip gemeerd bunker- of bevoorradingsschip betreft, dat moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 2.9 Overige verbodsbepalingen
Het is verboden:
in de haven te zwemmen;
in de haven te vissen met netten;
in de haven te varen met waterscooters;
in de haven te zeilen zonder toestemming van de havenmeester;
in de haven harder te varen dan zeven kilometer per uur;
Het college kan van de in het eerste lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
Artikel 2.10 Melding bedrijfsstoring, gebrek of schade
Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan, of aan boord van, een schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken aan het schip of de omgeving, worden direct aan de havenmeester gemeld.
De melding bedoeld in het eerste lid vindt plaats per telefoon of per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal.
Artikel 2.11 Maatregelen bij ijsgang of dichtgevroren water
Bij ijsgang of dichtgevroren water in de haven is de kapitein of schipper verplicht, als hij met zijn schip een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten, dan wel een aanwijzing als bedoeld in artikel 5.1 daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico, en in overleg met de havenmeester, zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken.
Artikel 2.12 Aanwijzen gebieden
Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden, bedoeld in artikel 1.10, onder d.
§ 3 Veiligheid en bescherming milieu in, en in de omgeving van, de haven
Artikel 3.1 Verbod op gevaarlijke situaties, hinder of schade
Het is verboden om een situatie te creëren die gevaar, hinder of schade oplevert of kan opleveren, waaronder het uit een schip laten ontsnappen van stoffen.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 3.2 Gebruik afvalverbrandingsoven
Het is eenieder verboden aan boord van een schip een afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben.
Artikel 3.3 Melding en verwijdering van te water geraakte stoffen of voorwerpen
Degene door wiens toedoen een voorwerp of stof vrijkomt of in het water terechtkomt, waardoor gevaar, schade of hinder wordt of kan worden veroorzaakt, draagt ervoor zorg dat:
daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan de havenmeester; en
de stof of het voorwerp onmiddellijk wordt verwijderd.
Artikel 3.4 Veilige toegang
Een afgemeerd schip beschikt over een toegang die geen gevaar of schade aan personen kan veroorzaken.
Het eerste lid geldt niet met betrekking tot binnenschepen waarbij:
de feitelijke situatie dit onmogelijk maakt ten gevolge van laad- of loshandelingen; of
het afmeren van korte duur is.
Artikel 3.5 Verbod gebruik hoofdmotor
Het is verboden op een afgemeerd schip de hoofdmotor in werking te hebben, met uitzondering van direct na aankomst en direct voor vertrek van het schip.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 3.6 Bunkeren
Het is verboden om een zeeschip te bunkeren, tenzij:
de daarbij betrokken schepen beschikken over een bunkercontrolelijst die volledig, positief en naar waarheid is ingevuld;
deze bunkerlijst is ondertekend door de voor het bunkeren verantwoordelijke personen;
tijdens het bunkeren het daarover in de bunkercontrolelijst gestelde wordt nageleefd.
De bunkercontrolelijst wordt tijdens en tot vierentwintig uur na het einde van de bunkering aan boord van de daarbij betrokken schepen gehouden.
Als meer dan één bunkerlichter betrokken is bij de aanlevering van een partij bunkerolie vult iedere bunkerlichter voor zich een afzonderlijke bunkercontrolelijst in, die wordt ondertekend door bij de bunkering betrokken partijen.
Artikel 3.7 Vergunning ontvangstvoorzieningen
Het is verboden zonder vergunning van het college scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen die rechtstreeks afkomstig zijn van zeeschepen die de haven aandoen in ontvangst te nemen.
Onverminderd artikel 1.4 kan het college voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
de soort ontvangstvoorzieningen en de veranderingen daarvan;
geschiktheid en beschikbaarheid van de ontvangstvoorzieningen;
de verplichting tot het in ontvangst nemen van scheepsafvalstoffen;
de soorten stoffen waarvoor de aanwijzing geldt;
melden van ontvangst van scheepsafvalstoffen en het verstrekken van gegevens daaromtrent;
de maximale verblijfsduur van de ontvangen stoffen in de ontvangstvoorzieningen en het verstrekken van gegevens en houden van registratie daaromtrent, of;
het afleveren van de ontvangen stoffen.
Artikel 3.8 Deugdelijk afmeren
Het is eenieder verboden op een ondeugdelijke wijze af te meren, zulks ter beoordeling van de havenmeester.
Het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal geplaatste bolders te overschrijden. De Safe Working Load van bolders geldt bij een verticale troshoek van maximaal 45 graden.
Het college kan van het in dit artikel bepaalde ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 3.9 Gebruik van ankers
Het is verboden een anker te gebruiken, tenzij:
ter voorkoming van een aanvaring of aandrijving;
op advies van de havenmeester;
Het college kan van het in dit artikel bepaalde ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 3.10 Gebruik van spudpalen
Het is verboden een spudpaal te gebruiken.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 3.11 Vast- en losmaken schepen
Het vast- en losmaken is een ieder verboden als het betreft een schip met een lengte over alles van meer dan 75 meter, tenzij:
het vastmaken direct bij aankomst op de meerplaats gebeurt door de bemanningsleden die aan boord zijn;
wordt gehandeld door een gediplomeerd bootman;
het schip wordt verhaald langs een kade, zonder daarvan volledig los te komen; of
de werkzaamheden worden verricht in het kader van de opleiding tot bootman, onder verantwoordelijkheid van een gediplomeerd bootman.
Artikel 3.12 Gebruik generatoren door binnenschepen
Het is verboden om aan boord van een schip een generator te gebruiken.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 3.13 Verrichten van werkzaamheden
Het is eenieder verboden om aan, buitenboord of onder een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, de aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, tenzij:
het schip ligplaats heeft op of bij een scheepswerf of herstellingsinrichting waarvoor een vergunning krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 2.1 lid 1 onder e, is verleend; of
per scheepsbezoek aan de haven de te verrichten werkzaamheden ten hoogste drie dagen in beslag nemen en er door de werkzaamheden geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing of vrijstelling verlenen.
Artikel 3.14 Ontsmetten van schepen
Het is verboden een schip of de lading te ontsmetten door het te behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan.
In afwijking van het eerste lid is het verboden een schip, geladen met losgestorte bulklading in vaste vorm die is behandeld met gassen of stoffen die gassen afstaan, te ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan door een gasmeetdeskundige die in het bezit is van een bewijs van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid, van de Wet gewasbescherming en biociden, en voor het schip een verklaring is afgegeven dat het schip en de lading voldoende vrij zijn van gassen of stoffen.
Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen.
Artikel 3.15 Tankschip met gevaarlijke stoffen
Het is een ieder verboden zich met een schip in de haven te bevinden dat gevaarlijke stoffen in bulk vervoert.
Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
Artikel 3.16 Gezonken en verwaarloosde schepen
Het is verboden om een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een verwaarloosd schip, zoals omschreven in Artikel 1:1.
De kapitein, schipper of eigenaar van een gezonken schip is verplicht:
onmiddellijk na het zinken daarvan mededeling te doen aan de havenmeester;
het vaartuig binnen de door de havenmeester te bepalen tijd te verwijderen.
Indien niet wordt voldaan aan de verplichtingen zoals bedoeld in het eerste en tweede
lid, is het college bevoegd het genoemde schip of voorwerp te verwijderen en/of in
bewaring te nemen op kosten van de eigenaar.
§ 4 Handhaving
Artikel 4.1 Aanwijzingen
Het college kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het belang van de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van ligplaats en ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.
Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing onmiddellijk op te volgen.
Artikel 4.2 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 4.3 Toezichthoudende ambtenaren
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde is belast de havenmeester.
Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 4.4 Betreden van woonruimten
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
§ 5 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 5.1 Overgangsrecht
De Havenverordening Vlissingen 2009 wordt ingetrokken.
Een krachtens de Havenverordening Vlissingen 2009 verleende vergunning, ontheffing of vrijstelling geldt als vergunning, ontheffing of vrijstelling verleend krachtens deze verordening. Burgemeester en wethouders kunnen deze ambtshalve vervangen door een vergunning, ontheffing of vrijstelling krachtens deze verordening. Ambtshalve vervanging kan gepaard gaan met een wijziging van beperkingen en voorschriften.
Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend onder de Havenverordening Vlissingen 2009 maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.
Voor het kalenderjaar 2017 worden geen nieuwe ligplaatsvergunningen verleend.
Verwijzingen
- Artikel 1
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 1
- artikel 2
- artikel 5
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- Artikel 2
- artikel 71
- Artikel 3
- Artikel 3
- artikel 1
- Artikel 5
- Artikel 4
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 3
- artikel 2
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 4
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 3
- Artikel 1
- Artikel 4
- Artikel 3