Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Organisatieverordening van de gemeenteraad Heerde

Na de opening van de raadsvergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen, met inachtneming van het gestelde in artikel 16, lid 7. Na de opening van de commissievergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen, met inachtneming van het gestelde in artikel 16, lid 7. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter openstaat of heeft opengestaan; over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; Degene, die van het spreekrecht bij een raadsvergadering gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 10.00 uur van de dag waarop de vergadering wordt gehouden aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. Degene, die van het spreekrecht bij een commissievergadering gebruik wil maken, meldt dit tot uiterlijk een kwartier voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. De voorzitter kan een inspreker interrumperen bijvoorbeeld ingeval hij zich niet aan de openbare orde houdt, een raads- of commissielid onheus bejegent of zich niet aan de beschikbaar gestelde tijd houdt. Nadat een spreker het woord heeft gevoerd, gaat de voorzitter na of één of meer raadsleden vragen willen stellen aan de inspreker. Indien dat het geval blijkt te zijn, dan biedt de voorzitter hiertoe gelegenheid bij het betreffende agendapunt. De spreker krijgt na afloop van de behandeling van het agendapunt waarover hij het woord heeft gevoerd van de voorzitter de gelegenheid om te reageren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel