Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 7.

Gedragingen Participatiewet

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Dronten 2017

Gedragingen van een belanghebbende waardoor algemeen geaccepteerde arbeid niet wordt verkregen of een verplichting op grond van de artikelen 9, 9a en 55 van de Participatiewet niet of onvoldoende wordt nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën: eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen; het zonder tegenbericht niet of te laat verschijnen op een oproep van het college om in het kader van re-integratie dan wel participatie op een aangegeven plaats en tijdstip aanwezig te zijn. tweede categorie: het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a van de Participatiewet; het onvoldoende nakomen van verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet. Indien het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar geldt dit tevens gedurende 4 weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid van de Participatiewet. het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet; het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en de verordening Tegenprestatie. het niet of onvoldoende meewerken aan de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet. derde categorie: het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel