In de volgende gevallen en onder de volgende condities kan het college van burgemeester en wethouders een gecoördineerde voorbereiding van besluiten als bedoeld in artikel 2 bevorderen:
1. het besluit tot vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 1, onder c en een aanvraag om omgevingsvergunning die op het moment van indienen op grond van artikel 2.10, eerste lid sub c van de Wabo geweigerd zou moeten worden en die slechts op grond van art. 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo kan worden verleend, maken tenminste deel van de te coördineren besluiten, en
2. door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat zich geen belemmering voordoet, waarbij de gevallen genoemd in artikel 4 in ieder geval als een dergelijke belemmering gelden en;
3. de aanvrager zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de gecoördineerde voorbereiding en met de gevolgen die dat voor de aanvrager heeft.