Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Handhaving, opsporing en strafbepalingen

Onderdeel van VERORDENING BOMEN 2017 GEMEENTE GEERTUIDENBERG

1.. Het bepaalde bij of krachtens de Wabo is van toepassing met betrekking tot de bestuursrechtelijke handhaving van het verbod als bedoeld in artikel 3. 2.. Voor zover dit niet is geregeld bij of krachtens de Wabo, zijn met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten belast de daartoe door het college aangewezen ambtenaren, alsmede de ambtenaren genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering. 3.. Voor zover niet geregeld bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening gestelde, de daartoe door het college of burgemeester aangewezen ambtenaren. 4.. Overtreding van de in deze verordening opgenomen bepalingen is, voor zover hierin bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet is voorzien of anders is bepaald, verboden en wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel