Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 36

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad

1.. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichtingworden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoordingwordt verlangd. 2.. De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedigmogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht. 3.. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in ieder geval binnen dertig dagennadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgendedebatraad. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt deburgemeester of het college de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijnaangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld alseen antwoord. 4.. De antwoorden worden door de burgemeester of het college aan de leden van de raadmedegedeeld. 5.. De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 9 lid 2 aan deleden van de raad toegezonden. 6.. De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en bijmondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op deagenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de burgemeesterof door het college gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist. 7.. In het geval van schriftelijke beantwoording worden de nader te stellen vragen vooraf bij de voorzitter ingediend. De voorzitter brengt de inhoud van de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college. 8.. De vragensteller voert eerst het woord, daarna de burgemeester en de wethouders. Vragensteller, burgemeester en wethouders voeren niet meer dan tweemaal het woord. De overige leden van de raad voeren niet meer dan eenmaal het woord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel