Na 20 dagen na het onbetaald blijven van de 2e betalingsherinnering wordt soms een 3e betalingsherinnering verzonden en/of wordt daarna de vordering ter verdere inning uit handen gegeven aan het incassobureau. Vanaf deze invorderingsfase worden de wettelijke rente en overige vervolgingskosten bij de debiteur in rekening gebracht.
Hierbij geldt dat de kosten van invordering zoveel mogelijk worden verhaald op de nalatige debiteur. Redenen hiervoor liggen in het beginsel van gelijke behandeling en het ‘uitstralingskarakter’ door duidelijk te laten blijken dat de gemeente elke vordering gelijk bewaakt.
Indien vooraf blijkt dat in redelijke mate vaststaat dat de opbrengsten niet op zullen wegen tegen de kosten wordt de vordering als niet te incasseren beschouwd en zal het incassobureau de vordering teruggeven aan de invorderingsambtenaar als zijnde oninbaar.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.5.