Minimaal eens per half jaar maakt de medewerker financieel beheer een lijst op van openstaande facturen die, ondanks alle mogelijke invorderingsmaatregelen, niet te innen zijn.
Alvorens het voorstel ter parafering zal worden voorgelegd aan het hoofd van de afdeling Financiën en Control, wordt de betreffende afdeling, waarvan de factuur afkomstig is, gehoord. De invorderingsambtenaar dient vervolgens het voorstel tot oninbaar verklaren in bij het college van burgemeester en wethouders.
Het daartoe strekkende besluit ontheft de invorderingsambtenaar van de wettelijke plicht verdere pogingen tot invordering te doen.
Hierbij geldt dat naast een totaaltelling per factuursoort, in het voorstel alle gegevens op factuurniveau moeten worden aangegeven, inclusief de van toepassing zijnde argumentatie.
De college lijdt de betreffende posten al dan niet oninbaar, waarna de betreffende factuurbedragen in de financiële administratie worden afgeboekt.
Redenen voor oninbaar lijden zijn:
faillissement;
vertrokken onbekend waarheen;
vertrokken naar het buitenland;
Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen;
minnelijke schuldregeling (finale kwijting);
kosten/baten (bedrag te laag om dwanginvordering toe te passen);
overleden, erven onbekend of erfenis verworpen;
geen verhaal.
Indien er opnieuw verhaalmogelijkheden zijn, wordt de invorderingsprocedure weer opgestart.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.5