Vorderingen op grond van de Participatiewet zijn preferent. Bij deinvordering heeft dat tot gevolg dat de aanwezige betalingsruimte voor concurrente vorderingenwordt ingenomen.
Van praktische preferentie kan tijdelijk worden afgezien als daardoor onevenredig nadeel voor debelanghebbende ontstaat doordat hij niet in staat is gemaakte betalingsafspraken na te komen inhet kader van een huur- of energieschuld.
De preferentie van de vordering blijft overeind als een huur- of energieschuld ontstaat na deingang van de betalingsverplichting op grond van de Participatiewet.
De gemeente ziet af van haar preferentie als de betalingsruimte van de belanghebbende geheel inbeslag wordt genomen door eenaflossingsverplichting aan team schuldhulpverlening terwijl degemeente een garantstelling voor die lening heeft afgegeven op grond van de Participatiewet.