Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren (spreekrecht).
Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit binnen een redelijke termijn voor de aanvang van de vergadering aan de griffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover het woord gevoerd wenst te worden.
De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De commissievoorzitter kan van de volgorde afwijken, als dit in het belang is van de orde van de vergadering.
De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen, en kan aan insprekers toestaan aan de discussie deel te nemen.
In principe wordt een maximum spreektijd van vijf minuten gehanteerd, tenzij door de commissievoorzitter, al dan niet op voorstel van één of meerdere commissieleden, anders over de maximum spreektijd wordt besloten.
De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 17.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies gemeente IJsselstein 2017