**1..** Het college toetst een aanvraag om een omgevingsvergunning op het belang voor het behoud van de houtopstand en op het belang voor het verwijderen van de houtopstand. Hierbij toetst het college op de criteria ‘waardering’, ‘overlast’, kwaliteit’ en ‘dringende reden.
**2..** Het college toetst voor het criterium ‘waardering’ de volgende aspecten:
onderdeel van de groenstructuur;
vervangbaarheid;
esthetische waarde;
monumentale cq. cultuurhistorische waarde;
potentieel monumentale houtopstand;
zeldzaamheid (dendrologische waarde).
**3..** Het college toetst voor het criterium ‘kwaliteit’ de volgende aspecten:
goed;
voldoende;
matig;
slecht.
**4..** Het college toetst voor het criterium ‘overlast’ de volgende aspecten:
lichtreductie of schaduwwerking;
opdruk van verharding door boomwortels.
**5..** In uitzonderlijke gevallen kan het college bij het criterium ‘overlast’ ook op de volgende aspecten toetsen:
vruchten/zaden/bloesem;
allergie;
op houtopstanden levende organismen;
gebrek aan uitzicht.
**6..** Het college toets voor het criterium ‘overlast’ niet op de volgende aspecten:
bladval;
overlast door hogere energiekosten;
overlast door groene aanslag.
**7..** Het college toetst voor het criterium ‘dringende reden’ de volgende aspecten:
ruimtelijke ontwikkeling;
bouwplan;
rendementsverlies energie-opwekkers;
sloopmelding;
groot onderhoud.
**8..** Toepassing beoordelingsformulier
Het college kan voor de toetsing van een aanvraag om een omgevingsvergunning bij overlast een beoordelingsformulier toepassen.
Bij een verzoek om een aanvraag omgevingsvergunning bij overlast van een gemeentelijke houtopstand kan het college een beoordelingsformulier toepassen.
Het college beoordeelt de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de hand van de puntenscore voor het behoud van de houtopstand en de puntenscore voor de verwijdering van de houtopstand.
Bij een gelijke dan wel hogere score voor het behoud van de houtopstand ten opzichte van de verwijdering van de houtopstand wordt een aanvraag om een omgevingsvergunning geweigerd.
**9..** Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een vastgestelde Boom Effect Analyse (BEA) bij te voegen.
Het college stelt de BEA vast indien er sprake is van een negatieve balans op de houtopstand, en/of er sprake is van geveld houtopstand in SES gebied ongeacht de groenbalans, en/of als er sprake is van het vellen van monumentaal houtopstand ongeacht de groenbalans.
Het college mandateert in de overige gevallen de teamleider VTH tot het vaststellen van de BEA.
Artikel 2
Toetsing aanvraag omgevingsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels APVG Vellen van een houtopstand