1. Burgemeester en wethouders stellen regels over de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen die afzonderlijk door de inzameldienst worden ingezameld, over de frequentie van de inzameling van elk van deze bestanddelen, en over de locaties van deze inzameling bij of nabij elk perceel.
2. In ieder geval de volgende bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen worden afzonderlijk ingezameld:
- groente-, fruit- en tuinafval;
- papier en karton;
- plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (pmd);
- glas;
- textiel;
- kunststof verpakkingsmateriaal;
- elektrische of elektronische apparatuur;
- klein chemisch afval;
- bouw- en sloopafval;
- verduurzaamd hout;
- grof tuinafval;
- grof huishoudelijk afval;
- asbest en asbesthoudende stoffen;
- metalen;
- gips en gasbeton;
- zand;
- grond;
- autobanden van personenauto’s
- huishoudelijk restafval.
3. In het belang van een doelmatig afvalstoffenbeheer kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing van afzonderlijk in te zamelen bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in het tweede lid, of fracties daarvan, achterwege laten.