Onder overlegging van de concept-jaarrekening met toelichting legt het dagelijks bestuur verantwoording af aan het algemeen bestuur over de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de inkomsten en uitgaven van Promen over het verstreken dienstjaar. Het dagelijks bestuur voegt daarbij een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de op grond van artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen accountant.Het algemeen bestuur onderzoekt de rekening en stelt haar vast voor 15 juli van het jaar volgend op het dienstjaar waarvoor de rekening is opgemaakt.
Artikel 201 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
De vaststelling van de rekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
In de rekening wordt het door elk der deelnemende colleges over het betreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen voor de te werk gestelde personen.
Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 29 lid 5, bij wijze van voorschot betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in artikel 19 lid 3 bedoelde mededeling van de goedkeuring van de rekening door Gedeputeerde Staten.
Hoofdstuk X
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Promen (tweede wijziging)