Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 17a.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Bergen 2017

1.. Een belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening of pgb, zolang de belanghebbende van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 2.. Een belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de belanghebbende van deze voorziening gebruik maakt. 3.. De bij verordening aangewezen voorzieningen zijn: algemene voorziening schoonmaakondersteuning; maatwerkvoorziening hulp bij huishouden; maatwerkvoorziening woonvoorzieningen; maatwerkvoorziening vervoersvoorzieningen; maatwerkvoorziening (begeleiding voor) zelfstandig en veilig wonen; maatwerkvoorziening (begeleiding bij een) zinvolle daginvulling, en maatwerkvoorziening (respijtzorg voor een) ondersteund netwerk. 4.. Afname van meer schoonmaakondersteuning dan nodig is voor het bereiken voor een schoon en leefbaar huis is mogelijk. Hiervoor kan de belanghebbende afspraken maken met de aanbieder. Hiervoor is de kostprijs verschuldigd aan de aanbieder. 5. . De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde belanghebbende of de gehuwde belanghebbenden tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de Wmo 2015, of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 6. . In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd per bijdrageperiode door: de ongehuwde belanghebbende die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 22.873; de ongehuwde belanghebbende die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 17.474, en de gehuwde belanghebbende die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en die een gezamenlijk bijdrageplichtig inkomen heeft van minder dan € 24.128. 7. . De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2019 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,20. 8. . In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de Wmo 2015 bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de regiotaxi € 0,50 per rit plus € 0,14 per kilometer. 9. . De kostprijs van een: maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; maatwerkvoorziening in de vorm van een vervoersvoorziening of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening; pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 10. . In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de Wmo 2015, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd. 11. . De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige belanghebbende is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige belanghebbende. 12. . Het college draagt er zorg voor dat de meest recente bedragen van de kostprijs die in de gemeente geldt bekendgemaakt worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel