In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
het college: het college van burgemeester en wethouders;
een bewonersvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a1;
een bedrijfsvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder a2;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
invalidenvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Voertuigreglement;
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen, dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande, dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven, dan wel degene die met schriftelijke bewijsstukken kan aantonen dat het motorvoertuig op het moment van de aanvraag nog voor ten minste 3 maanden aan hem ter beschikking is gesteld door een instantie die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken;
houder van een invalidenvoertuig: degene die met schriftelijke bewijsstukken kan aantonen dat hij eigenaar of bestuurder is van een invalidenvoertuig dan wel degene die met schriftelijke bewijsstukken kan aantonen dat het voertuig op het moment van de aanvraag nog voor ten minste 3 maanden aan hem ter beschikking is gesteld door een instantie die is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken, dan wel een overheidsinstantie;
parkeerapparatuur: parkeermeters en parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij parkeerapparatuur;
vergunninghoudersplaats: een parkeerplaats die:
is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990; of
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of vergunninghouderplaatsen;
vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
adres: een straatnaam en een huisnummer, waarvan het huisnummer op grond van de "Verordening benoeming openbare ruimte en adressering" aan een object is toegewezen;
sector: door het college conform artikel 4 van deze verordening aangewezen gebied waar vergunninghoudersparkeren is ingevoerd;
eigen parkeerplaats: een parkeergelegenheid die ter beschikking staat aan de houder van een motorvoertuig krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of een persoonlijk recht;
individuele invalidenparkeerplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met het bord E6 uit bijlage I van het RVV 1990 en die bestemd is voor een bepaald voertuig;
zelfstandige woning: een woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, als bedoeld in artikel 1623a, lid 3 Burgerlijk Wetboek;
wachtlijst: de lijst van gegadigden voor een vergunning.