Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 12.

Artikel 36.

Uittreding

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling IJSSELgemeenten

1.. Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreden. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan drie jaar na het besluit tot het aangaan van dan wel toetreding tot deze regeling. 2.. Een uittredingsbesluit wordt van kracht twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. 3.. Alvorens een deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere deelnemers gevoerd. 4.. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden. 5.. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het bestuur. 6.. Het bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Tot deze financiële voorwaarden behoort de bepaling, dat een uittredende deelnemer nog twee jaar, vanaf het jaar van uittreding aan IJSSELgemeenten, een bijdrage in de jaarlijkse (vaste) exploitatielasten betaalt, waaronder de personele kosten, van IJSSELgemeenten. De bijdrage kan worden omgezet in een eenmalige uittredingssom. 7.. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van IJSSELgemeenten. 8.. Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemers en gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel