Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2

Artikel 10.

Aanvullende voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen WMO

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Een inwoner die beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie ondervindt, kan in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening indien de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan de zelfredzaamheid of participatie van de inwoner zodat de inwoner zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Een inwoner komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, indien: de maatwerkvoorziening de inwoner ondersteunt bij het zich handhaven in de samenleving; de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan de behoefte van de inwoner aan beschermd wonen of opvang; de maatwerkvoorziening een situatie realiseert waarin de inwoner, indien mogelijk, in staat wordt gesteld zo snel mogelijk weer op eigen kracht te participeren in de samenleving. 2.. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt, als: de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven; de eerder verstrekte voorziening vervroegd technisch is afgeschreven door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen; of de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de inwoner aan ondersteuning. 3.. Hulpmiddelen en woningaanpassingen worden verstrekt indien deze langdurig noodzakelijk zijn.

Rechtspraak bij dit artikel