**1..** Dit artikel is een aanvulling op de regels uit artikel 17b van deze Verordening en is alleen van toepassing op de woon- en vervoersvoorzieningen, zoals bedoeld in artikel 9 van deze Verordening.
**2..** Voor woon- en vervoersvoorzieningen die het college van een leverancier huurt en die in bruikleen worden verstrekt aan de belanghebbende, geldt dat de huur die betaald wordt aan de leverancier de kostprijs is.
**3..** Voor woon- en vervoersvoorzieningen die het college inkoopt bij een leverancier en in bruikleen of eigendom geeft aan de belanghebbende gelden de volgende regels:
De koopprijs van de voorziening is de kostprijs.
De eigen bijdrage wordt voor de volgende termijn in rekening gebracht:
Bedragen < € 300,- worden verdeeld over maximaal 13 perioden.
Bedragen ≥ € 300,- en < € 600,- worden verdeeld over maximaal 26 perioden.
Bedragen ≥ € 600,- en < € 1.500,- worden verdeeld over maximaal 39 perioden
Bedragen ≥ € 1.500,- worden verdeeld over maximaal 91 perioden (7 jaar).
Een periode zoals beschreven in lid 3b. van dit artikel bestaat uit vier weken.
**4..** Voor een Pgb die door het college wordt verstrekt ten behoeve van aanschaf, aanpassing aan en onderhoud van een woon- en vervoersvoorziening gelden de volgende regels:
De eigen bijdrage wordt voor de volgende termijn in rekening gebracht:
Bedragen < € 300,- worden verdeeld over maximaal 13 perioden;
Bedragen ≥ € 300,- en < € 600,- worden verdeeld over maximaal 26 perioden;
Bedragen ≥ € 600,- en < € 1.500,- worden verdeeld over maximaal 39 perioden;
Bedragen ≥ € 1.500,- worden verdeeld over maximaal 91 perioden (7 jaar).
Een periode zoals beschreven in lid 4a van dit artikel bestaat uit vier weken.
De termijn voor het opleggen van de eigen bijdrage is maximaal de verstrekkingstermijn van het Pgb.
Hoofdstuk 5
Artikel 17c
Aanvullende regels voor bijdrage in de kosten van woon- en vervoersvoorzieningen binnen de Wmo
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017