Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 1

Artikel 25.

Het opdragen van een tegenprestatie

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door de belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van de belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; de persoonlijke wensen en kwaliteiten van de belanghebbende moeten in overweging worden genomen. 2.. In afwijking van het eerste lid, van dit artikel wordt door het college geen tegenprestatie opgelegd: aan de belanghebbende die voor ten minste acht uur per week vrijwilligerswerk verricht, waarvoor toestemming is verkregen van het college; aan de belanghebbende die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject; aan de belanghebbende die zorgtaken verricht als mantelzorger voor ten minste acht uur per week. De uren kunnen op basis van individuele omstandigheden lager vastgesteld worden; aan de belanghebbende die een parttime baan heeft voor ten minste 20 uur per week; aan alleenstaande ouders die vrijstelling van de arbeidsplicht hebben in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot 5 jaar; aan de belanghebbende die duurzaam volledig arbeidsongeschikt is; als geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. In dit geval beoordeelt het college binnen 6 maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.

Rechtspraak bij dit artikel