Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 2

Artikel 28.

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Het college stelt vast of een belanghebbende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2.. Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: de belanghebbende moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, sub a van de Participatiewet, die belanghebbende is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk minimumloon te verdienen, en die belanghebbende heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie; of de belanghebbende moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 10d, tweede lid van de Participatiewet. 3.. Het college gebruikt de in bijlage 1 omschreven wijze om de loonwaarde van een belanghebbende vast te stellen. 4.. Hierbij neemt het college de volgende minimumeisen in acht: de methode bevat richtlijnen op grond waarvan de prestatie van de werknemer wordt bepaald; de methode is transparant, betrouwbaar en inzichtelijk beschreven, en de loonwaarde hangt niet af van degene die de loonwaarde bepaalt. 5.. Het college stelt vast of en zo ja welke externe organisatie adviseert met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde van een belanghebbende. De externe organisatie neemt daarbij de in lid 3 omschreven methode in acht. 6.. Het college stemt het bepaalde in het derde lid tot en met het vijfde lid, af met de partners die betrokken zijn bij het Werkbedrijf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel