Gedragingen van een belanghebbende, waardoor de verplichting op grond van artikel 9, artikel 9a en artikel 17, tweede lid of artikel 18b van de Participatiewet niet (tijdig) of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het niet (tijdig) als werkzoekende geregistreerd zijn of het niet tijdig verlengen van de registratie bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
het binnen de zoektijd van 4 weken toch aanvragen van een uitkering, terwijl geen sprake is van de uitzondering als vermeld in artikel 41, zesde en achtste lid van de Participatiewet.
Tweede categorie:
het niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met arbeidsinschakeling op een aangegeven tijd, datum en plaats te verschijnen;
het uit houding en gedrag ondubbelzinnig laten blijken verplichtingen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub b van de Participatiewet niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet;
het te laat komen op de werkplek voor het verrichten van naar vermogen opgedragen beloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, eerste lid sub c van de Participatiewet;
het niet verschijnen op een oproep voor het afleggen van de taaltoets en/of het niet of onvoldoende medewerking verlenen bij het afleggen van de taaltoets als bedoeld in artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet.
Derde categorie:
het niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak, genoemd in artikel 44a van de Participatiewet;
het onvoldoende gebruik maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder sociale activering, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub b van de Participatiewet;
het niet tijdig of onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar mogelijkheden tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b van de Participatiewet;
het niet of onvoldoende verrichten van een door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden naar vermogen als bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub c van de Participatiewet.
Vierde categorie:
het tijdens de zoektijd van 4 weken als bedoeld in artikel 41, vierde lid, van de Participatiewet niet naar vermogen solliciteren en/of zoeken naar mogelijkheden binnen het ‘s Rijks kas bekostigd onderwijs;
het niet naar vermogen proberen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet.
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 4.2
Artikel 41.
Gedragingen Participatiewet
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017