Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Paragraaf 4.2

Artikel 45.

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Uitgeest 2017

1.. Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet, wordt toegepast in andere dan de in artikel 41 van deze verordening vermelde situaties. 2.. Onverminderd artikel 35 van deze verordening wordt de verlaging voor de navolgende situaties vastgesteld op: het percentage en de duur, waarmee een uitkering krachtens een werknemersverzekering of sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering wegens een verwijtbare gedraging is verlaagd; 20% van de norm gedurende ten hoogste het aantal maanden dat belanghebbende aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van een erfenis, waarmee hij, bij aanvaarding daarvan, zelf in de noodzakelijke kosten van het bestaan had kunnen voorzien; 20% van de norm gedurende ten hoogste het aantal maanden dat belanghebbende (volledig) aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van het hem toekomende deel van de boedel in het kader van een echtscheiding, waarmee hij (deels) zelf in de noodzakelijke bestaanskosten had kunnen voorzien; 50% van de norm gedurende de periode dat belanghebbende verwijtbaar geen recht heeft op een inkomen uit door Rijks’ kas bekostigd onderwijs; 100% van de norm gedurende één maand, indien belanghebbende door de gedraging verwijtbaar geen recht heeft op een uitkering krachtens een werknemersverzekering, een sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomend buitenlandse regeling of private verzekering; 100% van de norm gedurende ten hoogste drie maanden, indien de belanghebbende door een (boetewaardige) gedraging verwijtbaar geen of geen volledige uitbetaling krijgt van een uitkering krachtens een werknemersverzekering, volksverzekering of sociale voorziening, waardoor hij aanspraak heeft moeten maken op een uitkering; 100% van de norm gedurende ten hoogste drie maanden, indien de belanghebbende anderszins blijk geeft van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. 3.. Het percentage van de afstemming als bedoeld in het tweede lid, sub a tot en met e, van dit artikel, wordt verdubbeld indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de uitkering is afgestemd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie. 4.. De duur van de afstemming als bedoeld in het tweede lid, sub f tot en met h, van dit artikel, wordt verdubbeld indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de uitkering is afgestemd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel