Naar hoofdinhoud
1.. Er bestaat geen recht op een tegemoetkoming indien: de ouder niet behoort tot de personen als bedoeld in artikel 2 lid 1 van deze beleidsregel; niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 14 of 15 van deze beleidsregel; de opvang niet noodzakelijk is; de opvang wordt verzorgd door een instelling die niet staat ingeschreven in het landelijke register kinderopvang en peuterspeelzalen (LRKP); de opvang niet zal plaatsvinden of niet adequaat is; er sprake is van een adequate voorliggende voorziening; door verstrekking van de tegemoetkoming het subsidieplafond zou worden overschreden. 2.. Tot een adequate voorliggende voorziening wordt in ieder geval gerekend: een voorziening op grond van de Wet Kinderopvang, waarmee de ouder aanspraak kan maken op kinderopvangtoeslag; een andere adequate (opvang)voorziening zowel in professionele zin als in niet-professionele zin.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel