**1..** Een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregel wordt schriftelijk ingediend en bevat in ieder geval de volgende gegevens:
naam, adres en BSN van de ouder;
indien van toepassing: naam en BSN van de partner en, als dit een ander adres is dan het adres van de aanvrager, het adres van de partner;
naam, adres, geboortedatum en BSN van het kind waarop de aanvraag betrekking heeft;
het aantal uren per volledige maand en de periode waarin kinderopvang volgens de aanvrager noodzakelijk zal zijn;
het integrale plan (1G1P1R) dat samen met team Jeugd of Jeugdgezondheidszorg is opgesteld;
bewijsstukken waaruit blijkt hoe hoog het bruto verzamelinkomen van de ouder en diens eventuele partner is;
een offerte of de overeenkomst van het kindercentrum, de peuterspeelzaal of het gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen, waarin in ieder geval wordt aangegeven:
het aantal uren kinderopvang per kind per maand,
de kostprijs per uur,
de ingangsdatum en de einddatum van de overeenkomst met het kindercentrum, de peuterspeelzaal of het gastouderbureau.
Indien er nog geen sprake is van kinderopvang kan de plaatsingsovereenkomst na het advies worden verstrekt.
de in de bijlage van de aanvraag opgenomen machtiging, waarin de ouder toestemming verleend om de tegemoetkoming door te betalen aan het kindercentrum, de peuterspeelzaal of het gastouderbureau.
overige gegevens die het college nodig acht om te kunnen besluiten over de aanvraag van een tegemoetkoming.
**2..** Het college kan bepalen dat de aanvraag geschiedt met behulp van een door het college vastgesteld en beschikbaar gesteld aanvraagformulier.
**3..** Indien de aanvrager een partner heeft, dient de aanvraag mede ondertekend te worden door de partner.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8.