Omtrent de aangifte, het vervoer, het ophalen en de overdracht van dode honden en katten, alsmede omtrent de afgifte daarvan aan een van gemeentewege aangewezen verzameldienst kunnen burgemeester en wethouders na overleg met de directeur met inachtneming van het bepaalde in artikel 32 van het Destructiebesluit
(Stb. 1958, 71), nadere voorschriften geven.