Naar hoofdinhoud
1.. De (hulp)constructie moet op een degelijke manier worden geplaatst, waarbij rekening wordt gehouden dat deze niet mag omvallen, omwaaien, of ander gevaar oplevert. Daarnaast moet op de veilige (hulp)constructie op een correcte en veilige manier worden gewerkt. 2.. Bij het verlaten van het bouw- en opslagterrein moeten zodanige maatregelen worden getroffen, dat het opslag- en bouwterrein niet door andere personen kan worden betreden. Daarom is het aanbrengen van een deugdelijke afrastering, die moet worden afgesloten, een noodzakelijke maatregel. 3.. Indien gebruik wordt gemaakt van de openbare weg of een gedeelte hiervan, moeten de nodige borden/markeringen worden geplaatst voor de veiligheid van het verkeer. Tevens moeten er maatregelen worden genomen om te zorgen dat voetgangers op een deugdelijke manier gebruik kunnen maken van de openbare weg, conform het Handboek CROW wegafzettingen 96b. 4.. Bouwhekken die op of tegen de openbare weg zijn geplaatst, moeten worden voorzien van licht uitstralende lichtmasten of lampen en retro-reflecterende verkeersborden, conform het geldende Bordenboek. 5.. Het is verboden om buiten de bouwhekken na werktijd, bouwmaterialen of bouwmaterieel te plaatsen. Deze moeten op een zondanige manier worden opgeslagen dat ze geen gevaar/hinder opleveren voor de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel