1.Investeringskredieten
Na ingebruikname, gereedkomen of aanschaf van het activum wordt het
betreffende investeringskrediet ultimo van het boekjaar afgesloten.
Alleen als door de budgethouder deugdelijk wordt gemotiveerd waarom
afsluiten van het krediet nog niet wenselijk is, kan een
investeringskrediet nog maximaal twee jaar worden aangehouden.
Hiertoe vindt in het kader van de jaarrekening overleg plaats tussen
de budgethouder en het cluster Financiën van de afdeling
Bedrijfsvoering.
2.Structurele
uitgavenbudgetten
Een structureel uitgavenbudget dat in een begrotingsjaar niet geheel
isbesteed, valt in principe vrij in het rekeningsresultaat. Alleen
als door debudgethouder nadrukkelijk wordt gemotiveerd waarom
overheveling naarvolgend jaar toch nodig is, wordt dit verzoek via
de 2e Bestuursrapportage ter besluitvorming aan de
gemeenteraad voorgelegd.
Overlopende verplichtingen en vorderingen die zijn ontstaan voor het
einde van een boekjaar worden meegenomen naar het volgende jaar, op
voorwaarde dat de opdracht in het oude boekjaar is verleend en ook
de levering/activiteiten/werkzaamheden in het oude boekjaar zijn
uitgevoerd.
Als aan die voorwaarden is voldaan, worden de overlopende
verplichtingen en vorderingen vastgelegd in de financiële
administratie ten laste of ten gunste van het afgelopen
boekjaar.
3.Incidentele
uitgavenbudgetten
Een incidenteel uitgavenbudget dat in het begrotingsjaar niet geheel
is besteed, kan naar een volgend jaar worden overgeheveld als de met
dat budget te leveren prestatie nog niet geheel is afgerond én in de
begroting van volgend jaar voor een zelfde prestatie geen middelen
zijn opgenomen.
Incidentele uitgavenbudgetten vervallen als de middelen niet zijn
ingezet in het jaar volgend op het begrotingsjaar waarin de middelen
zijn toegekend.
Overheveling van budgetten vindt niet eerder plaats dan dat het
college van Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad hierover
bij de 2e Bestuursrapportage een besluit hebben genomen.