Deze bepaling betreft een uitwerking van artikel 2.1.7 van de wet. Daarin is opgenomen dat bij verordening kan worden bepaald dat door het college aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben, een tegemoetkoming wordt verstrekt ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.
De tegemoetkoming kan op aanvraag kan verstrekt. De beslissing op een dergelijke aanvraag is een beschikking en meer in het bijzonder een subsidiebeschikking. De bepalingen in de Awb, onder andere over bezwaar en beroep en subsidies zijn hierop van toepassing.
De tegemoetkoming kan een alternatief zijn voor een maatwerkvoorziening of pgb. Hiervoor is wel vereist dat de cliënt zelf kiest voor een tegemoetkoming. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan een cliënt die een aanvraag doet voor een maatwerkvoorziening of pgb en die tijdens het onderzoek naar de aanvraag de keuze krijgt om een tegemoetkoming te ontvangen voor de door hem gewenste voorziening. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend maar geeft de cliënt wel het voordeel dat hij zelf een bedrag in handen krijgt waarmee meer eigen regie heeft bij de inkoop van de gewenste voorziening. Indien hij het geld niet aanwendt voor dit doel, kan op grond van de subsidietitel van de Awb worden gehandhaafd. Indien hij later wederom een aanvraag zou doen voor maatschappelijke ondersteuning, zonder dat er nieuwe feiten of omstandigheden in zijn situatie zijn, kan deze aanvraag worden afgewezen op grond van de Awb onder verwijzing naar de eerdere beschikking ter verstrekking van de tegemoetkoming.
In de verordening is bepaald in welke gevallen een tegemoetkoming wordt verstrekt en wat de hoogte daarvan is. Door het vastleggen bij verordening is voor de burger op voorhand duidelijk op welke tegemoetkoming hij recht heeft.
a t/m c Bij de verstrekking van individuele vervoerskosten gaat het om een tegemoetkoming in de meerkosten van het eigen vervoer ten aanzien van het gebruikelijke vervoer per openbaar vervoer.
Bij de bepaling van de hoogte van de aanvullende financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de (bruikleen)auto wordt uitgegaan van een kilometerprijs en is gebaseerd op een vervoersbehoefte van 1.750 kilometer, conform de vervoersbreedte zoals dit in de Uitvoeringsregels is vastgelegd. De kilometerkosten zijn gebaseerd op een (nieuwe) middenklas auto, welke zijn ontleend aan het NIBUD.
d. Als de persoon met beperkingen een eigen auto bezit bestaat de mogelijkheid om een financiële tegemoetkoming in de kosten van een aanpassing aan de eigen auto te verstrekken.
Het gaat daarbij om de kosten van de door het Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte. Elke auto die enige aanpassing behoeft zal namelijk uitkomen op een ander bedrag. Uiteraard zullen bij de beoordeling van de offerte de kosten van algemeen gebruikelijke voorzieningen buiten beschouwing gelaten worden.
e. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het bezoekbaar maken van een woonruimte voor WLz-bewoners is gebonden aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 2.390,00
f. In de Uitvoeringsregels is bepaald dat het logeerbaar maken van een woonruimte voor minderjarige Wlz-bewoners gebonden is aan een maximumbedrag. Het betreft hier boven begunstigend beleid. Het betreft hier een gemaximeerde tegemoetkoming; de daadwerkelijk te verstrekken tegemoetkoming voor het logeerbaar maken van de woonruimte wordt vastgesteld aan de hand van de door een Dagelijks Bestuur goedgekeurde offerte tot een maximum van € 5.590,00
g. In dit artikel wordt de hoogte van de tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten vastgesteld. De tegemoetkoming wordt in een vast forfaitair bedrag verstrekt. Dit wil zeggen dat de tegemoetkoming als een “bedrag ineens” wordt uitbetaald en los van de werkelijk gemaakte kosten wordt verstrekt.
h. Alleen in die gevallen dat het redelijkerwijs buiten de mogelijkheden van de persoon met beperkingen ligt om dubbele woonlasten opgebracht moeten worden, kan tot vergoeding van extra woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting worden overgegaan.
De maximale bedragen zijn vastgelegd die als tegemoetkoming kunnen worden verstrekt, indien de persoon met beperkingen tijdens het aanbrengen van voorzieningen niet in de woning kan wonen en om deze reden naar een andere woning moet uitwijken. De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting kan maximaal gedurende 6 maanden worden verstrekt
i.Door het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van huurderving deelt de gemeente in de risico’s van de verhuurder. Het zou niet redelijk zijn als een van beide partijen het risico voor de volle 100% zou moeten lopen. Beide partijen hebben er belang bij dat de woning op zo kort mogelijke termijn weer verhuurd kan worden. De genoemde mogelijkheid tot subsidiering is bedoeld als stimulans om de bereidheid van de woningeigenaar te vergroten zijn medewerking aan het beschikbaar houden te verlenen.
j. Dit betreft de financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie van woonvoorzieningen die op grond van de wet verstrekt zijn. De maximaal te vergoeden kosten van onderhoud en keuring van de diverse voorzieningen zijn vastgelegd in het aan dit Uitvoeringsbesluit toegevoegde overzicht in bijlage 3. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op landelijke richtlijnen.
k. Noodzakelijke reparaties worden voor 100% vergoed. Daarbij opgemerkt dat de klant zelf verantwoordelijk is voor de kosten die door eigen toedoen of een gebruikersfout zijn ontstaan. Deze kosten komen dan niet voor vergoeding op grond van de Wmo in aanmerking.
Artikel 11
Tegemoedkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2017