Deze bepaling geeft uitvoering aan de artikelen 2.1.4, eerste tot en met derde en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid van de wet.
Het totaal van de bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen dan wel pgb’s zijn gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de voorziening (artikel 2.1.4, derde lid, eerste zin, van de wet) en in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zijn regels vastgesteld met betrekking tot deze bijdragen (artikel 2.1.4, vierde lid, van de wet). De bijdrageregels in de verordening moeten passen binnen de kaders die het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 stelt. De wet verplicht tot het vaststellen van de kostprijs van een maatwerkvoorziening (artikel 2.1.4 derde lid, tweede zin)
De ISD Bollenstreek-gemeenten dragen een groot deel van de kosten van het collectief vervoer. Deelnemers aan het collectief vervoer moeten een geringe bijdrage per zone betalen: de hoogte van deze eigen betaling is in dit artikel vastgelegd.
Bij de verlening van vervoervoorzieningen gaat het om een financiële tegemoetkoming in de meerkosten van het vervoer. In sommige gevallen zijn deze kosten gelijk aan de werkelijke kosten van de voorziening; in andere gevallen gaat het alleen om de meerkosten. Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt rekening gehouden met de normale kosten van vervoer op basis van het openbaar vervoertarief bus en trein. Bij de kosten van deelname aan het collectieve vervoer wordt daarom rekening gehouden met de besparingskosten die de deelnemende persoon heeft ten aanzien van het reizen met het openbaar vervoer; deze kosten worden als eigen betaling voor het reizen met het collectief vervoer in rekening gebracht.
Artikel 7
Regels voor bijdrage voor maatwerkvoorzieningen en algemene voorzieningen
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2017