Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Zwartewaterland

1.. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren. 2.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een gebied met een archeologische verwachting zoals aangegeven op de Archeologische verwachtingskaart gemeente Zwartewaterland, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met een verwachtingswaarde van 0%; in een gebied buiten de bebouwde kern met een verwachtingswaarde van 10%; in een gebied buiten de bebouwde kern met een verwachtingswaarde van 50% en 90% en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m²; in de historische kernen van Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis, met een verwachtingswaarde van 10% en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m²; in de historische kernen van Genemuiden, Hasselt en Zwartsluis, met een verwachtingswaarde van 50%, 90% en 100% en het te verstoren gebied kleiner is dan 30 m²; in buurtschappen met een verwachtingswaarde van 50%, 90% en 100% en het te verstoren gebied kleiner is dan 30 m². in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de provinciale Archeologische Monumentenkaart of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel