Lid 1
Voor de vergoeding van een fiets komt in aanmerking de deelnemer:
die voor tenminste de helft van zijn of haar werkdagen gebruik maakt van de fiets voor het woon-werkverkeer, en;
een maximale woon- werkafstand van vijftien kilometer, en;
die in de voorgaande drie jaren geen aanspraak heeft gedaan op de fietsvergoeding.
Lid 2
In afwijking van lid 1 sub b kan de deelnemer met een woon- werkafstand van meer dan vijftien kilometer,
door middel van een verklaring aannemelijk maken dat hij van de fiets gebruik maakt voor het
woon-werkverkeer.