Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen wanneer:
hij toezicht en begeleiding nodig heeft, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch of psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast, of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen;
hij psychische of psychosociale problemen heeft, en
hij niet in staat is zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving en niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
Hoofdstuk 2
Artikel 16
– Maatwerkvoorziening beschermd wonen
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2017