**1..** Een cliënt als bedoeld in artikel 29, eerste lid, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming als hem over het peiljaar het volledig verplicht eigen risico in rekening is gebrachtzoals genoemd in artikel 19 van de Zorgverzekeringswet en daarnaast beschikt over tenminste één van de volgende indicaties:
aan cliënt is een maatwerkvoorziening of algemene voorziening toegekend op grondvan de Wmo (2007) of Wmo 2015;
aan cliënt is een indicatie afgegeven voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg(Wlz);
aan cliënt is een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder of passagier van de gemeenteGroningen verstrekt;
aan cliënt is een individuele voorziening toegekend op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet. De voorziening moet een vorm van jeugdhulp betreffen als omschreven in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, sub 1 en 2 van de Nadere regels Jeugdhulp gemeente Groningen 2015, die in werking zijn getreden op 1 januari 2015;
aan cliënt is bijzondere bijstand toegekend op grond van de Wet werk en bijstand(WWB) of de Participatiewet voor een van de volgende kosten:
bewassing;
kledingslijtage;
stookkosten;
maaltijdvoorziening;
cliënt heeft de collectieve aanvullende zorgverzekering Garantverzorgd 3 bij zorgver-zekeraar Menzis of een aanvullende zorgverzekering met de meest uitgebreide dekkingbij deze of een andere zorgverzekeraar;
cliënt kan aantonen dat hij in een deel van het peiljaar een medisch objectiveerbarechronische ziekte of beperking heeft, waaruit aannemelijke meerkosten voortvloeien.
**2..** De indicaties genoemd in het voorgaande lid zijn afgegeven voor de duur van ten minste zes aaneengesloten maanden en zijn geheel of gedeeltelijk geldig in het peiljaar.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 31
– Criteria aannemelijke meerkosten
Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Groningen 2017