Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Algemeen

Onderdeel van Beleidsregel verhaal Wet werk en bijstand gemeente Moerdijk

1.. Burgemeester en wethouders maken gebruik van de bevoegdheid tot het verhalen van kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die bij het ontbreken van gezinsverband zijn onderhoudsplicht jegens zijn echtgenoot, of minderjarig kind niet of niet behoorlijk nakomt tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die op zijn onderhoudsplicht na echtscheiding of ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed niet of niet behoorlijk nakomt; tot de grens van de onderhoudsplicht als bedoeld in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek: op degene die zijn onderhoudsplicht op grond van artikel 395 a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek niet of niet behoorlijk nakomt jegens zijn meerderjarig kind aan wie bijzondere bijstand is verleend; op degene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voorzover bij het besluit op de bijstandsaanvraag met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden indien de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van bijstandsverlening redelijkerwijs niet heeft kunnen voorzien; op de nalatenschap van de persoon indien: aan die persoon ten onrechte bijstand is verleend en voorzover voor het overlijden nog geen terugvordering heeft plaatsgevonden; 2e bijstand is verleend in de vorm van een geldlening of als gevolg van borgtocht; de bevoegdheid tot het verhalen vervalt indien tussen het moment van het ontstaan van verhaal en het besluit tot terugvordering 5 jaar of meer zijn verstreken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel