**1..** Het college van B&W en de partners onderkennen dat zij verantwoordelijk zijn voor het zorgvuldig om gaan met persoonsgegevens van cliënten en andere betrokkenen. Daarbij gaat het om het stellen van regels en het maken van afspraken binnen de eigen organisatie over de omgang met die gegevens. Het gaat ook om de beveiliging ervan. Bovenal gaat het om bewustzijn onder de eigen medewerkers, het besef dat men met gevoelige informatie werkt en dat men hiermee integer en zorgvuldig moet omgaan. Het gaat om de balans tussen de informatie die nodig is om integrale en effectieve ondersteuning te kunnen bieden, en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van cliënten en andere betrokkenen.
**2..** Het college van B&W en de partners zijn zelf verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens binnen de eigen organisatie en zorgen dat:
de persoonsgegevens die zij op basis van dit protocol verwerken juist, volledig en ter zake dienend zijn en dat deze gegevens rechtmatig zijn verkregen;
afdoende technische en organisatorische maatregelen worden genomen ter beveiliging van de persoonsgegevens die zij op basis van dit protocol verwerken;
binnen de eigen organisatie afspraken zijn gemaakt over welke medewerkers en eventueel ingeschakelde derden toegang hebben tot de persoonsgegevens;
hun medewerkers en eventueel ingeschakelde derden kennis hebben van dit protocol en dit ook naleven.
het bewustzijn van hun medewerkers en eventueel ingeschakelde derden wordt bevorderd, bijvoorbeeld door middel van het periodiek bespreken in werkoverleggen, het organiseren van themabijeenkomsten, het voeren van discussies of anderszins.
incidenten worden gemeld bij de gemeente. Dat betreft bijvoorbeeld de situatie dat onrechtmatig is ingebroken op datasystemen of dat persoonsgegevens anderszins in strijd met dit protocol ter beschikking van derden zijn gekomen. De partner is zelf verantwoordelijk om in verband hiermee de nodige maatregelen te treffen.
de wettelijke bepalingen op het gebied van bescherming van persoonsgegevens worden nageleefd.
Hoofdstuk 3).
Artikel 3