Vergunningen als bedoeld in artikel C, lid 2, onder b, van de
Parkeerverordening worden verstrekt met inachtneming van de volgende
bepalingen:
per belastingobject worden ten hoogste twee vergunningen
verstrekt, geldig voor het parkeren in zone 2;
op de vergunning wordt het kenteken vermeld van het voertuig
waarvoor de vergunning geldig is;
het kenteken moet op naam, adres en woonplaats staan van de
aanvrager (= bedrijf), dan wel van de directeur zoals
vermeld in het uittreksel van de Kamer van Koophandel, of
van de bedrijfsleider blijkende uit een schriftelijke
verklaring van het bedrijf;
indien het kenteken niet op naam, adres en woonplaats van de
aanvrager (= bedrijf), de directeur of de bedrijfsleider
staat omdat er sprake is van een huur- of lease- of
bedrijfsvoertuig, dient een werkgeversverklaring voor het
gebruik van dit voertuig te worden overgelegd, alle op naam,
adres en woonplaats van de aanvrager (=bedrijf).