Vergunningen als bedoeld in artikel C, lid 2, onder d, van de
Parkeerverordening worden verstrekt met inachtneming van de volgende
bepalingen:
per voertuig wordt ten hoogste één vergunning verleend;
op de vergunning wordt de bedrijfsnaam vermeld dan wel het
kenteken van het voertuig waarvoor de vergunning geldig
is;
het kenteken van het bedrijfsvoertuig (‘grijs kenteken’)
moet op naam, adres en woonplaats staan van de aanvrager (=
bedrijf);
de vergunning wordt op naam, adres en woonplaats gesteld van
het bedrijf waarvoor de vergunning geldig is;
het kenteken moet op naam, adres en woonplaats staan van de
aanvrager (=bedrijf), dan wel van de directeur zoals vermeld
in het uittreksel van de Kamer van Koophandel, of van de
bedrijfsleider blijkende uit een schriftelijke verklaring
van het bedrijf;
indien het kenteken niet op naam, adres en woonplaats van de
aanvrager (= bedrijf), de directeur of de bedrijfsleider
staat omdat er sprake is van een huur- of lease- of
bedrijfsvoertuig, dient een werkgeversverklaring voor het
gebruik van dit voertuig te worden overgelegd, alle op naam,
adres en woonplaats van de aanvrager (=bedrijf);
extra doelgroepen waarvoor het gebruik van een voertuig ter
plaatse noodzakelijk wordt geacht voor het verrichten van
werkzaamheden zijn:
bewakings-, veiligheids- en controlediensten;
huisartsen, verloskundigen en
wijkverpleegkundigen;
uiterlijk herkenbare voertuigen ten behoeve van de
lijkbezorging;
ten aanzien van de doelgroepen als bedoeld onder g, gelden
de volgende aanvullende bepalingen:
in afwijking van het bepaalde onder c kan tevens
vergunning worden verleend indien het kenteken op
naam, adres en woonplaats staat van de
dienstverlener;
indien de vergunning aangevraagd wordt door een
wijkverpleegkundige, dient tevens een schriftelijke
verklaring van de werkgever bijgevoegd te worden
waaruit blijkt dat de aanvrager als
wijkverpleegkundige werkzaam is.
Afdeling 2
Artikel 2:4
Werkzaamheden en/of dienstverlening
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit parkeerverordening