**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1, eerste lid, verleent de heffingsambtenaar uitsluitend ambtshalve vermindering in de in dit artikel bedoelde gevallen, alsmede in de gevallen als bepaald in het Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken.
**2..** Ingeval een WOZ-beschikking niet ten aanzien van belanghebbende had behoren te zijn genomen, of de bij die beschikking vastgestelde waarde lager had dienen te zijn vastgesteld, vermindert de heffingsambtenaar ambtshalve de WOZ-beschikking, indien:
**a..** de WOZ-beschikking niet had behoren te zijn genomen ten aanzien van belanghebbende, of had behoren te zijn vastgesteld op een waarde die meer dan 50 procent, met een minimum van € 50.000,-, lager is dan de te hoog vastgestelde waarde, vanwege een kennelijke fout gemaakt door de heffingsambtenaar, en
**b..** de belanghebbende uiterlijk binnen één jaar een tot vermindering strekkend schriftelijk verzoek doet.
**3..** Een belastingplichtige wordt tevens geacht een verzoek te hebben gedaan om ambtshalve vermindering indien een door hem ingediend bezwaarschrift of een door hem ingediend verzoekschrift niet ontvankelijk wordt verklaard vanwege het te laat indienen van het bezwaarschrift of het verzoekschrift dan wel om andere redenen van formele aard.
**4..** Van een kennelijke fout als bedoeld in lid 2 is sprake indien de heffingsambtenaar, gegeven de gegevens die hem op het moment van de aanslagoplegging redelijkerwijs ter beschikking konden staan, niet tot het nemen van een beschikking ten aanzien van belastingplichtige, althans tot vaststelling van de WOZ-waarde op een lagere waarde, zou moeten zijn gekomen. In ieder geval is van een kennelijke fout geen sprake indien:
**a..** de belanghebbende onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt, dan wel, na een daartoe strekkend verzoek, enige informatie van belang zijnde voor het nemen van de WOZ-beschikking niet tijdig heeft verstrekt, of
**b..** een ander dan de belanghebbende, niet zijnde een bestuursorgaan en/of een onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzaam persoon, onjuiste en/of onvolledige informatie heeft verstrekt, dan wel, na een daartoe strekkend verzoek, enige informatie van belang zijnde voor het nemen van de WOZ-beschikking niet tijdig heeft verstrekt en dientengevolge een WOZ-beschikking ten onrechte ten aanzien van belanghebbende is genomen, of is vastgesteld op een waarde die hoger is dan de waarde waarop deze had behoren te zijn vastgesteld.
Artikel 2
Gevallen waarin ambtshalve vermindering wordt verleend
Onderdeel van Uitvoeringsregels ambtshalve vermindering van WOZ-beschikkingen 2014